Trainingsaspecten
Het eerste wat er aangeleerd wordt is het maken van een goede slag. Dat betekent niet "schuiven", maar het goed doorhalen van een slag. Hoewel dit, zeker voor een kind, niet makkelijk is om aan te leren, heb je daar later veel profijt van.
Spelenderwijs leer je verder over de verschillende effecten die mogelijk zijn met een batje. Dit kan zijn topspin, backspin of zijwaartse spin. Deze effecten kunnen een tafeltennisbal zo laten draaien dat die een heel onverwachte kant op stuitert. Als je goed kijkt bij het tafeltennisspelletje op internet (kijk bij de pagina "Verder linken") dan zie je dat deze effecten nagebootst zijn.
Een andere belangrijke taktiek is het "spreiden" van een bal. Dit betekent dat je de bal speelt op een plek waar de tegenstander niet staat. Dit klinkt heel logisch, maar het vergt veel oefening om dit te gaan beheersen. Dit aspect wordt ook toegepast in het veldtennis, maar bij tafeltennis gaat allemaal net even sneller.
Een ander, niet onbelangrijk, aspect is het bijhouden van de conditie. Hoewel er voor een buitenstaander conditioneel niets lijkt te gebeuren in die paar vierkante meters rondom de tafel, zijn toch alle shirts doorweekt na een wedstrijd. Dit komt door de grote aanzetkrachten die nodig zijn om de ledematen en het lichaam te starten en te remmen. Kramp in de spieren en concentratieverlies kunnen makkelijk optreden als de conditie onvoldoende is, of als een toernooi lang duurt.



